Beleggen in een bv: belastingen, mogelijkheden en LEI

Beleggen in een bv

Beleggen in een bv betekent dat de vennootschap geld belegt dat van haarzelf is, via een beleggingsrekening op naam van de bv. Of een LEI-nummer voor de bv nodig is, hangt af van de voorgenomen transacties en de toepasselijke rapportageverplichtingen.

Het verschil tussen bedrijfsgeld en privégeld is het uitgangspunt. Geld op de rekening van de bv is van de bv, ook als jij enig aandeelhouder en bestuurder bent, en het rendement dat de bv behaalt is winst van de vennootschap. Het geld is niet vrij beschikbaar voor privé-uitgaven. Keert de bv winst uit als dividend aan een particuliere aandeelhouder met een aanmerkelijk belang, dan valt dat dividend doorgaans in box 2.

Beleggen met een bv uitgelegd

Een bv mag haar eigen vermogen beleggen. De bv opent de beleggingsrekening, is eigenaar van de portefeuille en neemt de beleggingen op haar balans op. Dat verandert niet als jij als bestuurder de orders plaatst: je handelt dan namens de vennootschap, niet voor jezelf.

Controleer vooraf of beleggen past binnen de doelomschrijving in de statuten. Kijk ook naar afspraken die de besteding van geld kunnen beperken, zoals voorwaarden in een financieringsovereenkomst met de bank of een aandeelhoudersovereenkomst met medeaandeelhouders.

Een bv kan in grote lijnen dezelfde soorten beleggingen aanhouden als een particulier, bijvoorbeeld:

  • aandelen in beursgenoteerde ondernemingen;
  • ETF’s, beursgenoteerde beleggingsfondsen die vaak een index volgen;
  • beleggingsfondsen die door een fondsbeheerder worden beheerd;
  • obligaties van overheden of bedrijven.

Met aandelen koopt de bv een eigendomsbelang in een onderneming. Een gewone beleggingsportefeuille met kleine aandelenbelangen verschilt van een deelneming, waarvoor andere fiscale regels kunnen gelden.

Wanneer kan beleggen in de bv interessant zijn?

Beleggen in de bv kan passen als de bv geld heeft dat ze langere tijd niet nodig heeft, en als ze een waardedaling kan opvangen zonder dat de onderneming in de knel komt. Hoe korter de horizon en hoe kleiner de buffer, hoe minder beleggen voor de hand ligt.

Een positief saldo op de bankrekening betekent niet dat al dat geld vrij is. Een deel ervan is al bestemd, ook als het nog niet is afgeschreven. Houd eerst geld apart voor:

  • Belastingen en bedrijfskosten: vennootschapsbelasting, btw en loonheffingen die nog betaald moeten worden, plus de vaste lasten van de komende maanden.
  • Schulden en werkkapitaal: aflossingen, rente en ruimte om schommelingen in voorraad, debiteuren en crediteuren op te vangen.
  • Investeringen en tegenvallers: geplande uitgaven zoals vervanging of uitbreiding, en een reserve voor kosten die je niet ziet aankomen.

Pas wat daarna overblijft, komt in aanmerking om te beleggen.

Beleggingen kunnen dalen, soms flink en langdurig. Heeft de onderneming het geld nodig terwijl de koersen laag staan, dan kan de bv genoodzaakt zijn beleggingen met verlies te verkopen. Sommige beleggingen zijn bovendien niet direct verkoopbaar.

Beleggen is niet de enige bestemming voor overtollig geld. De bv kan ook sparen, schulden sneller aflossen of het geld opnieuw in de onderneming steken. Welke keuze past, hangt af van het rendement dat je redelijkerwijs verwacht, het risico dat je wilt lopen en de rente die de bv op haar schulden betaalt.

Beleggen vanuit een holding of werk-bv

Veel ondernemers werken met een holding en een werk-bv. Het zijn afzonderlijke rechtspersonen met een eigen vermogen en eigen schuldeisers. Omdat de werk-bv de operationele risico’s draagt, kunnen haar beleggingen in beginsel worden aangesproken als zij haar verplichtingen niet nakomt. Beleggingen in de holding staan verder van die risico’s af, al kunnen bijvoorbeeld garanties of onverantwoorde geldstromen die scheiding aantasten.

Leg vast welke vennootschap eigenaar wordt van de beleggingen. De gekozen vennootschap opent de beleggingsrekening, geeft de orders, betaalt de kosten en verwerkt het resultaat in haar administratie. Heeft zij voor de beoogde transacties een LEI nodig, dan moet die LEI bij dezelfde vennootschap horen. De LEI van de holding kan dus niet voor transacties van de werk-bv worden gebruikt.

Belastingen bij beleggen met een bv

Belastingen bij beleggen met een bv

Bij beleggen met een bv valt belasting op twee niveaus: bij de vennootschap en bij jou als aandeelhouder. De bv betaalt vennootschapsbelasting over het beleggingsresultaat, als onderdeel van haar winst. Keert de bv daarna dividend aan jou uit, dan volgt belasting in box 2. Geld in de bv laten staan voorkomt die tweede heffing niet. Het schuift haar op naar het moment van uitkeren.

Vennootschapsbelasting over het beleggingsresultaat

Beleggingsresultaat hoort bij de fiscale winst van de bv. De tarieven voor de vennootschapsbelasting zijn in 2026 19% over de eerste € 200.000 van het belastbare bedrag en 25,8% over het meerdere.

  • Rente en dividend tellen mee in de winst van het jaar waarin ze aan de bv toekomen.
  • Koersresultaten: koerswinsten worden bij waardering tegen kostprijs doorgaans bij verkoop verwerkt. Waardedalingen kunnen onder voorwaarden al eerder meetellen. Andere waarderingsregels kunnen ertoe leiden dat ook koerswinsten vóór verkoop in de fiscale winst worden opgenomen.
  • Kosten die rechtstreeks met het beleggen samenhangen, zoals bewaarloon en beheervergoedingen, verlagen in beginsel de winst. Aankoopkosten worden doorgaans onderdeel van de kostprijs van de belegging.
  • Verliezen op beleggingen verlagen in beginsel de winst van de bv en kunnen binnen de regels voor verliesverrekening worden verrekend met winst uit andere jaren. Voor verliezen op deelnemingen waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is, geldt dat niet.

De deelnemingsvrijstelling speelt bij een gewone beleggingsportefeuille meestal geen rol. Die vrijstelling voor deelnemingen kan dividend en verkoopwinst onbelast laten bij een belang van 5% of meer in een andere vennootschap. Een portefeuille bestaat doorgaans uit veel kleinere belangen. En ook bij een belang van 5% of meer is de vrijstelling niet vanzelf van toepassing als het belang als belegging wordt aangehouden: daarvoor gelden aanvullende toetsen.

Geld uitkeren naar privé en belasting in box 2

Verkoopt de bv beleggingen en boekt ze de opbrengst over van de beleggingsrekening naar haar gewone bankrekening, dan blijft het geld binnen de bv. Voor jou als aandeelhouder verandert er niets. Pas een uitkering aan de aandeelhouder, meestal als dividend, brengt geld naar privé.

Een dividenduitkering vereist een aandeelhoudersbesluit en goedkeuring van het bestuur, dat moet beoordelen of de bv haar opeisbare schulden kan blijven betalen. De bv houdt daarbij doorgaans 15% dividendbelasting in en draagt die af aan de Belastingdienst.

Heb je een aanmerkelijk belang, doorgaans 5% of meer van de aandelen, dan geef je het brutodividend op in box 2 van je aangifte inkomstenbelasting. Het tarief in box 2 is in 2026 24,5% over de eerste € 68.843 per persoon en 31% over het meerdere.

De ingehouden dividendbelasting is een voorheffing. Je verrekent haar met de box 2-belasting die je verschuldigd bent, zodat het geen twee heffingen zijn die volledig bij elkaar worden opgeteld. Hoeveel je per saldo betaalt, hangt ook af van je overige box 2-inkomen en van de tarieven in het jaar waarin de uitkering plaatsvindt.

Beleggen met een bv of privé: de belangrijkste verschillen

Beleggen met een bv is niet vanzelf beter of slechter dan privé beleggen. Welke route past, hangt vooral af van waar het geld nu staat, hoe lang je het kunt missen en waarvoor je het uiteindelijk wilt gebruiken.

Staat het geld al in de bv, dan luidt de vraag: laat je de bv beleggen, of keer je eerst dividend uit en beleg je privé met wat daarna overblijft? Is het geld privé, dan gaat het om de vraag of je het in de bv wilt inbrengen, bijvoorbeeld als kapitaalstorting. Dat is een andere uitgangssituatie dan beleggen met winst die al in de bv aanwezig is. De fiscale gevolgen van de inbreng en een latere terugbetaling vragen om een afzonderlijke beoordeling.

Aspect Beleggen via de bv Privé beleggen
Eigendom De bv is eigenaar van rekening en beleggingen Jij bent eigenaar
Belastingkader Vennootschapsbelasting over het resultaat, box 2 bij uitkering aan jou Box 3 over je vermogen, volgens het stelsel van dat jaar
Startkapitaal Beschikbare middelen kunnen binnen de bv worden belegd zonder voorafgaande dividenduitkering aan privé Komt het geld uit de bv, dan kan een voorafgaande dividenduitkering box 2-belasting meebrengen. Bij bestaand privégeld speelt die stap niet
Kosten en administratie Zakelijke rekening, beleggingskosten, verwerking in jaarrekening en aangifte vennootschapsbelasting Rekening- en beleggingskosten, opgave in je aangifte inkomstenbelasting
Toegang voor privé-uitgaven Pas na een uitkering of een andere formele route Geen uitkering door de bv nodig; beleggingen moeten mogelijk eerst worden verkocht en afgewikkeld
Horizon en doel Past bij geld dat langdurig in de onderneming of holding kan blijven Past bij geld dat je voor privédoelen wilt gebruiken

Een gewone particuliere beleggingsportefeuille valt doorgaans in box 3. In 2026 wordt de belasting in beginsel berekend met een forfaitair rendement per vermogenscategorie. Bij die berekening geldt een heffingsvrij vermogen van € 59.357 per persoon en een belastingtarief van 36% over het berekende box 3-inkomen. Is het werkelijke rendement volgens de wettelijke regels lager, dan kan de tegenbewijsregeling tot een lagere heffing leiden. Bij de berekening van dat werkelijke rendement tellen ook waardeveranderingen mee en geldt geen heffingsvrij vermogen.

Voorgestelde wijziging, stand september 2026. Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 heeft 1 januari 2028 als beoogde ingangsdatum. De Tweede Kamer heeft het voorstel aangenomen, maar de Eerste Kamer heeft de stemming over het wetsvoorstel aangehouden. Het kabinet heeft in september 2026 gevraagd de behandeling voorlopig niet af te ronden. De invoering en uiteindelijke vorm staan daarom nog niet vast. Tot een wijziging ingaat, blijft het huidige stelsel met tegenbewijsregeling gelden.

Beginnen met zakelijk beleggen via een bv

Zakelijk beleggen via een bv begint niet bij de eerste order. Een aanbieder wil vooraf weten welke vennootschap de klant is en wie haar vertegenwoordigt, en de bv moet zelf helder hebben welk geld ze kan inzetten.

  1. Leg vast welke bv belegt en wat mag. Bepaal welke vennootschap eigenaar wordt van de beleggingen. Controleer de statuten en afspraken met banken of medeaandeelhouders op beperkingen.
  2. Bepaal bedrag, horizon en risico. Stel vast welk bedrag na belastingen, verplichtingen en benodigde reserves beschikbaar blijft en hoe lang de bv het kan missen.
  3. Kies een aanbieder die bij de bv past. Controleer of de aanbieder rekeningen voor een bv opent, welke beleggingen beschikbaar zijn, wat de kosten zijn en welke overzichten je krijgt voor de administratie.
  4. Verzamel de gegevens van de bv en haar vertegenwoordigers. Aanbieders vragen doorgaans onder meer een uittreksel uit het Handelsregister, informatie over de uiteindelijk belanghebbenden en identificatie van de bestuurders. Welke stukken precies nodig zijn, verschilt per aanbieder, dus controleer hun actuele voorwaarden. Deze stukken dienen voor het openen van de rekening. Een LEI-aanvraag is een apart traject, dat uitgaat van de gegevens in het Handelsregister, een bevoegde aanvrager en informatie over eventuele moedermaatschappijen.
  5. Controleer of de bv een LEI nodig heeft en of er al een is. Zoek de bv op in de openbare LEI-database en bekijk de status van een eventuele registratie. Of een LEI nodig is, hangt af van de transacties die de bv wil laten uitvoeren.
  6. Regel storting en administratie. Maak het geld over vanaf een rekening van dezelfde bv. Spreek met je accountant af welke overzichten nodig zijn: transacties, ontvangen rente en dividend, kosten en de waarde van de portefeuille aan het einde van het boekjaar.

Wanneer heeft een bv een LEI nodig?

Een bv heeft een LEI nodig als zij via een broker of bank transacties laat uitvoeren in financiële instrumenten waarvoor een transactiemelding onder MiFIR geldt. Dat speelt bijvoorbeeld bij veel transacties in aandelen, ETF’s en obligaties die binnen de reikwijdte van de MiFIR-transactierapportage vallen. De beleggingsonderneming mag zo’n transactie voor een rechtspersoon niet uitvoeren zolang zij de LEI van die klant niet heeft. Dat uitgangspunt, in de Europese toelichting aangeduid als no LEI, no trade, volgt uit de technische standaard voor transactierapportage.

De beleggingsonderneming moet de transactie melden aan de bevoegde toezichthouder, bijvoorbeeld de AFM, en daarbij de LEI van de betrokken juridische entiteit vermelden. De LEI-code van 20 tekens verwijst naar het openbare record van die entiteit, en de opbouw van een LEI-nummer volgt de internationale norm ISO 17442.

Het bezit van een bv schept die verplichting niet, en ook niet elke belegging. Sparen op een zakelijke spaarrekening of een deposito vraagt geen LEI. Of een bepaalde order onder de meldplicht valt, beoordeelt de broker aan de hand van het instrument en de plek waar het wordt verhandeld.

Voor de bv komt het neer op vier punten:

  • De juiste entiteit: de LEI moet horen bij de bv op wier naam de beleggingsrekening staat. De LEI van een andere groepsmaatschappij kan daarvoor niet worden gebruikt.
  • Een bestaande registratie: Zoek via de openbare LEI-zoektool van LEI24 of de bv al een LEI heeft en controleer de status van het record.
  • Registratie waar nodig: heeft de bv er geen en vraagt de broker erom, dan is een aanvraag nodig voordat de eerste meldplichtige order kan worden uitgevoerd.
  • Bijhouden: een LEI-record wordt jaarlijks vernieuwd om de gegevens actueel te houden. Waar een actuele LEI voor de toepasselijke rapportageverplichtingen vereist is, moet de vernieuwing tijdig plaatsvinden. Wijzigingen in naam, adres of moedermaatschappij horen in het record te worden verwerkt.

Een ontbrekende LEI is iets anders dan een bestaande LEI met de status LAPSED. Bij LAPSED blijft de code aan de bv gekoppeld, maar zijn de gegevens niet tijdig vernieuwd. De gevolgen voor orders verschillen per broker en transactie. Na succesvolle vernieuwing en validatie krijgt het record met dezelfde code weer de status ISSUED.

LEI24 treedt op als registratieagent en verzorgt aanvragen, vernieuwingen en overdrachten voor Nederlandse entiteiten. De uiteindelijke validatie en uitgifte liggen bij Nasdaq CSD SE, een door GLEIF geaccrediteerde uitgevende instelling. Heeft de bv nog geen LEI en vraagt de broker erom, dan kun je een nieuwe LEI voor de bv aanvragen met de gegevens uit het Handelsregister. Staat een bestaande LEI op LAPSED, dan is een nieuwe aanvraag niet nodig en kun je de bestaande LEI vernieuwen om de status weer actueel te maken.

Veelgestelde vragen over beleggen met een bv

Is een aparte beleggings-bv nodig?

Nee, een bestaande bv kan ook beleggen, mits de statuten en afspraken dat toelaten. Een aparte beleggings-bv of holding kan het beleggingsvermogen scheiden van de ondernemingsrisico’s. Of dat in jouw situatie zinvol is, bespreek je met je adviseur.

Kan een bv een particuliere beleggingsrekening gebruiken?

Nee. Beleggingen van de bv horen op een rekening op naam van de bv. Belegt de bestuurder bedrijfsgeld via een privérekening, dan lopen eigendom, administratie en belasting door elkaar. Een zakelijke rekening voor de bv voorkomt dat.

Deel het bericht:

Gerelateerde berichten